Header First

This is a debugging block

Header Second

This is a debugging block

Preface First

This is a debugging block

Preface Second

This is a debugging block

Preface Third

This is a debugging block

Schema 1: recidiverende infecties van vnl bovenste luchtwegen en KNO-gebied

Inhoud

This is a debugging block

Bij recidiverende infecties van vnl luchtwegen en KNO-gebied en na uitsluiten van cystische fibrose, ijzergebreksanemie, Ig deficiënties en abnormaliteiten in bloedbeeld en diff, moet aan een IgG subklasse deficiëntie of complement deficiëntie gedacht worden.

Inhoud:
Het complement systeem
Immuunglobuline deficienties
IgG subklasse deficienties
Vaccinatie responsen

Het complement systeem

De functie van het complement systeem is het doden en helpen opruimen van pathogenen en het opruimen van dode en doodgaande cellen. Deficiënties van complement eiwitten of complement regulatoren, primair of secundair, kunnen leiden tot een verhoogde vatbaarheid voor infecties, autoimmuunziekten en bepaalde nierziekten.

Het complement systeem kan geactiveerd worden via drie routes; de klassieke, lectine en alternatieve route. Deze routes eindigen alle drie met de terminale route, die leidt tot formatie van het membrane attack complex, dat gaatjes maakt in de membraan van de target cel (bv een bacterie) en zorgt voor osmotische lysis.

Zowel functionele als kwantitatieve testen zijn beschikbaar om deficiënties in het complement system op te sporen.

Functionele tests

Context

Antigen conc. tests

Context

C1-esteraseremmer activiteit

Angiooedeem  / C1 esteraseremmer deficiëntie

C1q

Primaire deficiëntie / SLE

CH50

Klassieke/terminale route deficiëntie

C2

Primaire deficiëntie / SLE

AP50

Alternatieve/terminale route deficiëntie

C4

Primaire deficiëntie / SLE

Lectine route activiteit

MBL deficiëntie

C1-esterase-remmer  conc

Angiooedeem

fH activiteit

HUS

C3

Primaire deficiëntie / infecties

 

 

C5 t/m C9

Primaire terminale route deficiëntie / (meningokokken)  infecties

 

 

fB

Primaire deficiëntie / infecties

 

 

fH

Primaire deficiëntie / infecties / HUS

 

 

properdine

Primaire deficiëntie / infecties

Immuunglobuline deficienties

Humorale immuun deficienties zijn een gevolg van een defect in antilichaam productie door een moleculair defect in de B cellen of ten gevolge van een slechte communicatie tussen B en T cellen.  

Antilichaam deficienties leiden meestal tot terugkerende, ernstige bovenste en onderste luchtweginfecties met gekapselde bacterien (zoals Streptococcus pneumonia en Haemophilus influenzae), maar kunnen ook leiden tot autoimmuniteit, of vergrote lymphoide organen.

In patienten met een verdenking van antilichaam deficientie moeten de concentraties bepaald worden van serum totaal IgG, IgA en IgM. Ook moeten specififeke antilichaam titers tegen eiwitten (tetanus, difterie) en bacteriele polysaccharide antigenen bepaald worden.

IgG subklasse deficienties

IgG subklasse deficienties zijn deficienties van een of meer subklassen in patienten met een normale totaal IgG concentratie. Dit is alleen klinisch van betekenis indien er recidiverende infecties gezien worden of een inadequate vaccinatie responsen.

IgG1 subklasse deficientie resulteert meestal in algemene hypogammaglobulinemie omdat IgG1 normaal twee derde is van de totale IgG concentratie. De meeste patienten met een significant verlaagd IgG1 worden dan ook geklassificeerd als CVID, waarvoor ook verlaagde concentraties van IgA en/of IgM nodig zijn en afwezige vaccinatie responsen.  IgG1 deficientie gaat vaak samen met IgG3 deficientie. Als symptomatisch dan presenteren deze patienten zich meestal met pyogene infecties.

IgG2 subklasse deficientie wordt vooral gezien in kinderen met terugkerende infecties. Het wordt soms gezien in combinatie met IgG4 of IgA deficientie. IgG2 is voornamelijk verantwoordelijk voor de polysaccharide respons tegen gekapselde bacterien; deficientie leidt dus tot een verhoogde kans op infecties met gekapselde bacterien, maar is ook geassocieerd met autoimmuun ziekten en andere primaire immuundefcienties.

IgG3 subklass deficiencie wordt vaker gezien in volwassenen dan in kinderen en komt alleen voor of in combinatie met IgG1 deficientie. In patienten met een IgG3 deficientie worden vaak infecties gezien Moraxella catarrhalis en Streptococcus pyogenes

IgG4 subklasse defcientie komt relatief vaak voor en is meestal asymptomatisch. In symptomatische patienten worden vaak terugkerende longinfecties gezien en bronchiectasien. IgG4 deficientie komt vaak voor in combinatie met andere afwijkingen zoals ataxia-telangiectasia, chronische mucocutane candidiasis en Down syndroom.

Antigen conc. tests

Context

IgG

Humoral deficiency / recidiverende infecties

IgA

Humoral deficiency/ recidiverende infecties

IgM

Humoral deficiency/ recidiverende infecties

IgG1

Subclass deficiency/ recidiverende infecties

IgG2

Subclass deficiency/ recidiverende infecties

IgG3

Subclass deficiency/ recidiverende infecties

IgG4

Subclass deficiency/ recidiverende infecties

Vaccinatie responsen

Een goede manier om te testen of een patiënt adequate antistoffen kan vormen tegen pathogenen is door de respons op vaccinaties te meten. Vaccinatie responsen zijn afwezig bij bv patiënten met CVID. De specifieke IgG antistoffen tegen tetanus (T- cel afhankelijke respons) en pneumococcen polysachariden (pneumovax, T-cel onafhankelijke respons) worden tegelijkertijd bepaald in serum afgenomen vóór en 2-4 weken na vaccinatie. Bij gezonde mensen is de ratio na/voor gewoonlijk >2.

Postscript First

This is a debugging block

Postscript Second

This is a debugging block

Postscript Third

This is a debugging block

Postscript Fourth

This is a debugging block