Influenza

Auteur: 
P.S. Pillai
Referaat door: 
Prof. dr. T.W. Kuijpers

Ouderen met influenza sterven niet door het influenzavirus maar door de schadelijke gevolgen van hun eigen afweer. Dat is de conclusie van een studie van Padmini Pillai en co-auteurs in Science 2016 (22 april). Zij vergeleken monocyten van ouderen (>65 jaar) met die van jongvolwassenen (20-30 jaar). Infectie van monocyten met influenza bij ouderen resulteerde in een geringere interferon-b productie. Deze verlaagde productie was trigger-specifiek: influenza dus.
In gemodificeerde muizenmodellen (Mavs-/-, TLR7-/- of Casp1(11)-/-) lieten de onderzoekers vervolgens zien dat de IFN-b vorming correleerde met bescherming. Hoewel de infectiegraad dezelfde bleek, was de Caspase1/11 activiteit de factor die leidde tot longschade door bacteriële overgroei, influx van neutrofiele granulocyten en sterfte. Verlagen van de bacteriële overgroei of granulocyten-infiltratie verbeterden de overlevingskans.
 
Lijkt het diermodel op de mens? Nee. Leert het ons iets over de mens? Alleen de monocytendata.
Maar wel een interessante studie in het kader van een andere publicatie waarin ernstige influenza werd verklaard door een complete IRF7-deletie in een patiënt (Ciancanelli et al., Science 2105, 24 april). Verdere problemen van andere virussen had deze patiënt overigens niet. Meer een risicofactor dan een immuundeficiëntie?

Links:
 Pillai et al.
 Ciancanelli et al.